Brandpreventieweek
Wat doe jij bij brand?
Alarm: bel 1-1-2
Het alarmnummer 1-1-2 bel je alleen als er iets ernstigs aan de hand is. Dus niet alleen bij brand, maar ook bijvoorbeeld bij een verkeersongeluk.
Bij 1-1-2 willen ze altijd van je weten:
- hoe je heet
- wat er gebeurd is
- waar het gebeurd is
- en of er mensen gewond zijn.
1-1-2 , daar speel je niet mee
Bel 1-1-2 alleen als het echt nodig is. Soms bellen mensen dit nummer terwijl het niet nodig is. Dat is vervelend. Stel je voor dat er op het zelfde moment iemand belt die wel echt hulp nodig heeft en moet wachten. Dan komt de brandweer misschien te laat.
Gelukkig kunnen de mensen van de alarmcentrale tegenwoordig bijna altijd zien wie er belt. Het is dus ook niet zo slim om zomaar het alarmnummer te bellen.
Als je 1-1-2 belt, krijg je verbinding met de alarmcentrale. Deze centrale werkt voor alle hulpdiensten. Dus niet alleen voor de brandweer, maar ook voor de ambulance en de politie. Je moet dus zeggen wie je nodig hebt. Je wordt dan direct doorverbonden naar de goede plek.
Zelf blussen
Een beginnende brand in je huis kun je soms zelf blussen. Maar probeer dat alleen zolang je zonder moeite en gevaar weg kunt komen. Op tijd stoppen dus! Het is veel belangrijker dat je zelf in veiligheid bent. Bedenk ook dat rook vaak giftig is. Rook inademen is dus levensgevaarlijk.
Waarmee kun je blussen?
1. Water
Het eenvoudigste blusmiddel is water. Het is overal bij de hand en koelt de brand snel af. Maar let op: water is niet voor alle branden geschikt. Komt de brand door een elektrisch apparaat, bijvoorbeeld de televisie, dan krijg je met water alleen maar kortsluiting. Gebruik ook nooit water bij een vlam in de pan. Als olie of vet in de pan heel heet zijn geworden, dan kan door water de hele boel ontploffen. Gebruik liever een poederblusser of blusdeken.
2. Poederblusser
Met een poederblusser kun je alle brandjes in huis blussen. Maar het is niet zo gemakkelijk om een poederblusser te gebruiken. Laat dat dus liever over aan je ouders of verzorgers.
3. Blusdeken
Een blusdeken is een deken van moeilijk brandbaar materiaal. Het is een handig blusmiddel als iemands kleren in brand staan en bij vlam in de pan, brand in een televisietoestel of bijvoorbeeld een brandende prullenbak. De deken zit in een koker, waar je hem uit moet trekken. Het is handig als de blusdeken op een makkelijke plek hangt, bijvoorbeeld in de keuken.
Vluchtplan
Als er brand bij jou thuis is, weet je dan hoe je het snelst het huis uit komt? Ook als het huis donker is? Overleg dit eens met je huisgenoten, zoals je vader, moeder, broertjes en zusjes. Spreek bijvoorbeeld af welke route je neemt, wie de huisdieren redt en waar je naartoe vlucht.
Denk je dat je precies weet hoe je moet lopen? In het donker en als er veel rook is, is het echt veel moeilijker! Oefen het maar eens met een blinddoek.
Hoe maak je een vluchtplan?
- Zoek uit wat de veiligste en snelste vluchtroute is. Rook stijgt op. Een goede vluchtroute gaat dus altijd omlaag.
- Kies een vluchtkamer waar je naar toe kunt als de vluchtroute afgesloten is. Het liefst een kamer aan de straatkant (voorkant) of een balkon. Andere mensen - en de brandweer en misschien de ambulance – kunnen je dan goed zien. Spring niet naar beneden, wacht op hulp en trek de aandacht. Als je een balkon op gaat, doe dan de balkondeur achter je dicht, maar niet op slot.
- Spreek met z’n allen een plek af waar je elkaar ontmoet als je uit huis bent gevlucht.
- Maak een taakverdeling: wie doet wat? Wie zorgt bijvoorbeeld voor de huisdieren? Wie belt 1-1-2?
- Spreek af waar de huissleutels liggen. Daar moet je ze dan ook altijd opbergen. Zorg dat alle bewoners zonder zoeken snel naar buiten kunnen vluchten.
Tip
Vluchtroutes moeten altijd vrij zijn, anders kun je bij brand struikelen. Stel je voor dat je moet vluchten, in het donker, langs fietsen, dozen, vuilniszakken en lege flessen in de gang.
Telefoonnummer:
0523 263 627
E-mail:
